Page 21 - Code VVR 2017-2018
P. 21
Deel 1 – De Code VVR Begrippen, stellingen en definities De onderlinge samenhang tussen de drie typeringen kan als volgt schematisch worden weergegeven: Belangrijk: Dit schema maakt eveneens duidelijk dat het belangrijk is dat men zich steeds afvraagt of vervanging van een “vastzetbare” of “niet of niet verantwoord vastzetbare” rolstoel door een “veilig vervoerbare” rolstoel mogelijk is. 2.16 Weigeren van vervoer In de Code VVR wordt op verschillende plaatsen aangegeven dat in bepaalde situaties vervoer “geweigerd moet worden” of er “niet vervoerd” moet of mag worden. Hiermee wordt bedoeld dat de rolstoel niet als vervangende zitplaats mag worden gebruikt en de gebruiker op een reguliere zitplaats moet plaatsnemen. De rolstoel mag dan wel als bagage meegenomen worden. Wanneer de gebruiker in de genoemde situaties een rolstoel niet kan verlaten, zal deze dus niet meegenomen kunnen worden. 2.17 Essentiële basisverantwoordelijkheden betrokkenen Veilig rolstoelvervoer vereist optimale samenspraak van alle betrokkenen. Naast het toepassen van de algemene richtlijnen moet ook voldaan worden aan één van enkele essentiële basisverantwoordelijkheden. De verdeling van die verantwoordelijkheden is als volgt: • De vervoerder moet zorgen voor de auto, de vastzetsystemen, de standaard veiligheidsgordels en indien nodig kleine bijbehorende hulpstukken, zoals bijvoorbeeld gordelverlengers of andere “kleine” hulpstukken. • De rolstoelgebruiker (of diens vertegenwoordiger) moet er voor zorgen dat de rolstoel aankoppelbaar is en geschikt is als vervangende zitplaats in de auto. Dit houdt in, dat de rolstoel tenminste “vastzetbaar” moet zijn. • De chauffeur moet een rolstoel op de juiste wijze vastzetten en de veiligheidsgordel correct aanbrengen. Als dat niet mogelijk is, en de gebruiker ook niet op een reguliere zitplaats kan plaatsnemen dient de chauffeur het vervoer te weigeren. © Ing. A.W.Peters Uitgave 2017 / 2018 21