Page 29 - Code VVR 2017-2018
P. 29
Deel 1 – De Code VVR Richtlijnen HOOFDSTUK 5 Richtlijnen: Adviseurs 5.0 Inleiding Dit hoofdstuk is bestemd voor iedereen die al of niet beroepsmatig (leverings-)adviezen uitbrengt over hulpmiddelen en vervoersoplossingen voor personen met lichamelijke beperkingen. Adviseurs zoals in dit hoofdstuk bedoeld, zijn in veel verschillende functies werkzaam. Voorbeelden daarvan zijn: • (Technisch ergonomisch) adviseurs in dienst van professionele adviesorganisaties, waaronder de gemeenten (Wmo -afdelingen en GGD-en) en het bureau Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). • Technisch adviseurs en verkoopadviseurs bij de revalidatievakhandel. • Ergotherapeuten en fysiotherapeuten in dienst van revalidatiecentra en andere zorginstellingen of zelfstandig betrokken bij adviezen over rolstoelen en vervoersvoorzieningen. 5.1 Richtlijnen voor adviseurs Adviseurs spelen een belangrijke rol in relatie tot het veilig vervoeren van rolstoelgebruikers. Zij maken bij de advisering afwegingen op basis van behoeften en beperkingen van hun cliënten. Een vervoersadvies omvat meer dan een advies voor “zomaar” een merk of type rolstoel. De adviseur zal ook rekening moeten houden met de bruikbaarheid van de rolstoel. Dat betekent dat de vastzetbaarheid van een rolstoel en de mogelijkheid tot een onbelemmerd gebruik van een veiligheidsgordel deel moet uitmaken van het keuzeproces. Het advies moet primair leiden tot een “veilig vervoerbare” rolstoel. Alleen als om individuele functionele redenen voor cliënt geen “veilig vervoerbare” rolstoel beschikbaar is, moet tenminste een “vastzetbare” rolstoel gekozen worden. Het is hoe dan ook de taak van de adviseur om de rolstoelgebruiker voor te lichten over de consequenties van de gemaakte keuzes. Niet alle adviseurs zullen voldoende technische kennis bezitten om zelfstandig te kunnen beoordelen of een rolstoel geschikt of aanpasbaar is. Zij moeten zich dan laten bijstaan door ter zake deskundigen. 5.1.1 Onderzoek naar de verplaatsingsbehoefte en randvoorwaarden voor vervoer De adviseur moet bij het keuzeproces van de rolstoel afwegen of er naast de functionele eisen ook vanwege de vervoersbehoefte eisen gesteld moeten worden aan de rolstoel. Wanneer de vervoersbehoefte zodanig is dat de rolstoel ook als zitplaats moet kunnen dienen in een auto, moet de te verstrekken rolstoel een “veilig vervoerbare” rolstoel zijn (Paragraaf 2.15, “Typering rolstoelen ...”, type a). 5.1.2 Uitvoeringsvorm rolstoel Na het onderzoek worden de functionele eisen vastgelegd in een programma van eisen (PVE). Op basis van dit PVE wordt het juiste type rolstoel bepaald. De adviseur selecteert een rolstoel waarvan de fabrikant aangeeft dat deze “veilig vervoerbaar” is. Op zo’n rolstoel zijn de aangrijpingspunten voor het vastzetsysteem standaard aanwezig en zijn deze duidelijk herkenbaar gemarkeerd. Ook belemmert de constructie de vrije loop van een veiligheidsgordel niet. Alleen als de “individuele functionele eisen” en een “veilig vervoerbare” rolstoel onverenigbaar zijn, mag uitgeweken worden naar een “vastzetbare” rolstoel. © Ing. A.W.Peters Uitgave 2017 / 2018 29
   24   25   26   27   28   29   30   31   32   33   34