Page 31 - Code VVR 2017-2018
P. 31
Deel 1 – De Code VVR Richtlijnen HOOFDSTUK 6 Richtlijnen: Vervoerders: Taxibedrijven, zorginstellingen en overige organisaties 6.0 Inleiding Dit hoofdstuk is bestemd voor organisaties die het vervoer van rolstoelgebruikers verzorgen. Het hoofdstuk is hiermee gericht op: • Taxibedrijven. • Zorginstellingen die chauffeurs in dienst hebben. • Zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties, waarbij vrijwilligers het vervoer van rolstoelgebruikers verzorgen. • Derden die vervoer aanbieden. Wanneer een zorginstelling zelf het vervoer van de bewoners ter hand neemt is deze zowel aanbesteder als aanbieder. In dat geval is de laatste “rol” het belangrijkst. Immers, het ligt dan in de invloedsfeer van de instelling zelf om de maatregelen te treffen zoals die zijn opgenomen in dit hoofdstuk. Worden rolstoelbussen door een instelling bij derden gehuurd, dan is de zorginstelling weer aanbesteder en is hoofdstuk 4 van toepassing. In de rest van dit hoofdstuk wordt steeds gesproken over de “aanbieders van vervoer”. 6.1 Richtlijnen voor aanbieders van vervoer (werkgevers) In de eerste plaats moeten aanbieders zorgen voor goed materiaal, goed opgeleide werknemers, heldere communicatie en begrip bij de medewerkers die betrokken zijn bij dit speciale vervoer. De aanbieders moeten chauffeurs aannemen die voldoende affiniteit hebben met en geschikt zijn voor het vervoer van rolstoelgebruikers. Verder hebben de richtlijnen betrekking op de controle en handhaving van de gedragsregels. 6.1.1 Aanschaf en uitrusting van materieel Voor de aanbieder van vervoer is het zaak om de voorwaarden te scheppen waarbinnen chauffeurs zo veilig mogelijk rolstoelgebruikers kunnen vervoeren. Dit betekent dat werkgevers moeten zorgen voor goed en veilig materiaal (vervoermiddel, rolstoel-vastzetsystemen en standaard veiligheidsgordels). Sinds september 2008 zijn uitrustingseisen voor de voertuigen wettelijk vastgelegd. Dit geldt voor zowel de vloeren, de stoelbevestigingen als de vastzetsystemen. Nieuwe voertuigen moeten vanaf die datum vastzetsystemen hebben die voldoen aan de norm NEN- ISO 10542 1 t/m 5 (zie ook bijlage C.2.1). Oudere voertuigen mogen in gebruik blijven, mits de aanwezige (oudere) vastzetsystemen voldoen aan de thans geldende gebruiksvoorwaarden. (Zie bijlage C.1.3 inzake RVV, artikel 59, lid 4). 6.1.2 Werkhouding, vaardigheden en opleiding chauffeurs Veiligheid heeft vooral te maken met goed gebruik van veiligheidsmiddelen en met veilig rijden. Daarnaast gaat het er ook om dat de rolstoelinzittende tijdens de autorit een veilig gevoel heeft. Daarvoor is de werkhouding, de rijstijl en het (passagiers)vriendelijk gedrag van chauffeurs belangrijk. De richtlijnen voor chauffeurs staan beschreven in hoofdstuk 7. De aanbieders dienen als werkgever een goede werkhouding van chauffeurs te stimuleren, onder meer door hen duidelijk te maken waarom de richtlijnen er zijn. © Ing. A.W.Peters Uitgave 2017 / 2018 31
   26   27   28   29   30   31   32   33   34   35   36